Instituut voor Sociotherapie

Beroepsprofiel voor Sociotherapeuten

Theoretische invalshoeken voor de sociotherapie

Sociotherapeutisch werken in relatie tot sociale identiteit

In de omgang tussen mensen staat het begrip identiteit centraal. Wie ben ik en wie ben ik in relatie tot de ander? Wat heb ik gemeen met anderen en wat onderscheidt mij van anderen? Een (sterk) ge- of verstoorde identiteitsbeleving is vaak aanleiding voor het zoeken van professionele hulp.
Goffman (1980) geeft een analyse van het begrip identiteit die goed gebruikt kan worden in het kader van een hulpverleningsproces.

De wijze waarop de mens naar zichzelf kijkt, zichzelf beleeft, de subjectieve ervaring van de eigen situatie, de beleefde continuïteit van het eigen karakter noemt Goffman de ego identiteit. De wijze waarop de mens met anderen omgaat, wat hij uit vrije wil van zijn gevoelens en gedachten toont, noemt Goffman de persoonlijke identiteit. Dit verwijst naar basale normen en waarden die tot uiting komen in de relaties die een individu aangaat met anderen. In tegenstelling tot het hebben van én ego identiteit en én persoonlijke identiteit heeft de mens vele zogenoemde sociale identiteiten. Sociale identiteit noemt Goffman de identiteit die gebaseerd is op gedrag, posities en rollen die bepaald worden door de verschillende sociale situaties, sociale structuren en concrete interacties.
Sociotherapeuten houden zich vooral bezig met de sociale identiteit en de persoonlijke identiteit van de cliënt en in veel mindere mate met de ego identiteit.
Verandering van de persoonlijke identiteit betekent voor de sociotherapeuten condities creëren om een open en wederzijdse communicatie tussen cliënt en hulpverleners mogelijk te maken.
Werken aan herstel van de sociale identiteit houdt in dat de sociotherapeuten zich richten op de dimensies van interactie. Dit houdt in dat er bij de cliënt zicht en een zeker evenwicht ontstaat tussen zich openstellen en zich afsluiten en tussen invloed uitoefenen en zich aanpassen.
De genoemde vier dimensies van interactie kunnen verder gerangschikt worden.
Zich afsluiten van de omgeving en invloed uitoefenen op de omgeving zijn dan dimensies van differentiatie, van ik-gevoel.
Zich openstellen voor de omgeving en zich aanpassen aan de omgeving zijn dimensies van integratie, van wij-gevoel.
Vaardigheden om deze dimensies vorm te geven dragen bij tot socialisatie, bevredigend omgaan met zichzelf en anderen.

Hartmann (1964) beschrijft dat het -ik-, de identiteit gevormd wordt door -ik- functies. Ik-functies zijn de bouwstenen van de vaardigheden om in contact en interactie te kunnen zijn. Ik-functies zijn voor de mens, hier de cliënt onmisbaar om zich aan zijn omgeving te kunnen aanpassen (adaptieve functie). Adaptatie is het gevolg van goede samenwerking tussen twee andere functies: de samenvoegende (synthetiserende) functie en de uitvoerende (executieve) functie. Doen zich in één of beide functies problemen voor, dan kan de adaptatie niet optimaal zijn en verloopt het contact van de cliënt met zijn omgeving problematisch. Het grote belang van de synthetiserende functie is het daarmee beschikken over het vermogen zaken met elkaar in verband te brengen (eigen wensen/behoeften/strevingen met de mogelijkheden die de omgeving op een bepaald moment biedt), eenheid te creëren (in het eigen handelen en het inzicht in de eisen die de omgeving stelt), een bepaald niveau van angst en frustratie aan kunnen en complexe gehelen kunnen simplificeren. Dit zijn zeer ingewikkelde taken. Om deze goed uit te kunnen voeren, is het beschikken over goede executieve functies noodzakelijk. De executieve functie omvat:

  • waarnemen, herinneren en intuïtie
  • begrip, denken en intelligentie
  • leren
  • spraak, taal en motoriek

Sociotherapie richt zich in dit kader op de verbetering van de uitvoerende functies van het -ik-, sociotherapeuten werken met de cliënt aan het zichtbare gedrag in het hier en nu.
Volgens Cumming en Cumming (1962) leidt verbetering van de uitvoerende ik-functies tot verbetering van de samenvoegende ik-functies. Anders geformuleerd, bij verbetering van de uitvoerende ik-functies zullen de stoornissen in de samenvoegende ik-functies minder bepalend zijn voor het dagelijks functioneren.

Index Terug naar index van dit artikel
Kopieer deze tekst

Inhoudsopgave | Contact | Voorpagina | Top
Deze bladzijde is het laatst gewijzigd op 2 januari 2005
Productie: PurpleUnlimited ©